Wat merk ik tijdens onderhoud aan een ketelinstallatie?

Voor incidenteel onderhoud wordt de ketelinstallatie enige tijd uitgezet. Bij het opnieuw in bedrijf nemen van een ketelinstallatie gaat de temperatuur van de vuurhaard naar ca. 900 graden toe. Bij deze hoge temperatuur verbranden de biogrondstoffen geheel, dus zonder bijkomende geur of rook. Dit noemen wij ook wel een volledige verbranding. Dit is de reguliere warmteproductie-situatie. Omwonenden merken niets van de installatie, los van mogelijke waterdamp, waarneembaar uit de schoorsteen.

Tijdens het incidenteel opnieuw opstarten zal de temperatuur in de ketel korte tijd lager zijn. Dat is het moment dat je de verbranding kunt waarnemen, door de geur en enige rook. Het ruikt dan als een woning-openhaard zoals je die kunt ruiken wanneer je buiten in een woonwijk loopt. Nabijgelegen woningen en bedrijven kunnen hiervan tijdelijk enige overlast ondervinden; dit duurt meestal niet langer dan een uur en is voor verderop gelegen woningen niet merkbaar. Gepland onderhoud wordt vooraf aangekondigd via www.warmtebedrijfede.nl/storing-en-werkzaamheden

Ik ervaar overlast / er is een calamiteit

Neem contact op met ons 24 uur per dag beschikbare servicenummer:

085 – 07 12 600

Wij vinden het belangrijk dat u wij uw melding altijd kunnen aannemen, dus u krijgt 24/7 een medewerker aan de lijn die uw melding of klacht aanneemt. 

Op dat moment gaan wij  na waar de oorzaak van uw melding of klacht ligt. Afhankelijk van de urgentie van uw klacht, nemen wij binnen of buiten kantooruren weer contact met u op. Dan informeren wij u nader over de oorzaak. Waar mogelijk bieden wij op dat moment ook de oplossing voor uw klacht of melding, of de mogelijke verdere opvolging daarvan.

Ook als u bezorgd bent, gaan wij graag direct met u in gesprek!

Nb. U kunt u klacht ook indienen via de Provincie, (https://milieuklacht.gelderland.nl/Melding/Doen).
Uw klacht komt dan niet bij Warmtebedrijf Ede terecht en wij kunnen u dan niet een directe oplossingsrichting aanbieden.
Dus geef uw melding sowieso aan ons door op 085 – 07 12 600 of via klantenservice@warmtebedrijfede.nl 

Wat doen jullie aan verdere uitstoot-reductie?

Wij hebben onderzocht hoe nog meer emissiereductie in de duurzame energie installaties mogelijk zou zijn. Momenteel bekijken we of, en zo ja hoe, deze innovaties te implementeren zijn. Meer informatie volgt hierover binnenkort.

Met de gemeente Ede en de Provincie Gelderland is een overleg gestart waarbij gesproken is over bovenwettelijke maatregelen m.b.t. emissies. Informatie volgt.

Ook nu, tot de volgende stap gezet is, blijven wij onder de wettelijke normen voor SO2, NOx en stof. Hierbij komt nog dat er installaties uitgezet worden. Warmtebedrijf Ede produceert haar groene warmte namelijk vraaggericht. Als het buiten warmer wordt, is er (veel) minder warmtevraag. Om die reden worden onze installaties onafhankelijk van elkaar uitgezet, waarbij ze dan geen uitstoot veroorzaken.

Kan ik biogrondstoffen aanleveren?

Wij nemen geen biogrondstoffen in van particulieren. Daarvoor kunt u dan contact opnemen met uw gemeentelijke huisvuil-inzamelaar. Er zijn gemeenten waar dat gratis kan en bij andere gemeenten gelden tarieven voor inlevering.

Als u echter een beheerder bent van een terrein waar snoeiwerkzaamheden nodig zijn en u wilt uw terrein professioneel laten onderhouden, of uw heeft vanuit uw bedrijfsvoering een aanbod van biogrondstoffen, verwijzen wij u graag naar www.btenijeboer.nl. Deze organisatie is NTA8080 gecertificeerd voor de inkoop van biogrondstoffen.

Benutten jullie nat hout?

De biogrondstoffen uit lokale en regionale snoei- en resthoutstromen die wij benutten in onze installaties heeft een vochtpercentage van max 50%. Deze biogrondstoffen kunnen we zonder extra (energie-kostende) droogbehandeling inzetten.

De Edese energie installaties zijn namelijk voorzien van vuurhaarden met traag bewegende schuine roosters. Hierop drogen de biogrondstoffen vlak voor verbranding. Dit zorgt ervoor dat keteltemperaturen dusdanig hoog blijven dat de verbranding volledig is, en daarmee geurloos en zonder rook.

Waterdamp uit de schoorsteen

Het vrij hoge percentage vocht in de biogrondstoffen die onze installaties kunnen verwerken, verklaart de witte waterdamppluim uit de schoorsteen. (bij koude duidelijker zichtbaar en met tegenlicht optisch donkerder)

Meer dan 50% vocht

Onverhoopt kan het eens voorkomen dat er nattere biogrondstoffen  (>50%) worden aangeleverd. De keteltemperatuur kan hierdoor tijdelijk dalen, waardoor er sprake kan zijn van enige rook- en geurontwikkeling. Onze systemen registreren dit, en er wordt dan zo snel mogelijk met droge grondstoffen opgemixt. Het filtersysteem dat de uitstoot filtert, is ook op dit soort momenten gewoon in werking. Doorgaans is de keteltemperatuur gauw weer op peil; voldoende hoog voor een reguliere, volledge verbranding. Volledige verbranding betekent automatische geurloze verbranding waarbij geen rook maar waterdamp vrijkomt.

Stoten biogrondstoffen minder CO₂ uit dan fossiele alternatieven?

Nee. En dit doet ook niet ter zake omdat de CO2 uit hernieuwbare bronnen zoals onze biogrondstoffen, direct in de korte koolstof-cyclus wordt opgenomen. Dit in tegenstelling tot CO2 uit fossiele brandstoffen die uit in een ‘cyclus’ van miljoenen jaren zijn opgebouwd.

Omdat de uitstoot van fossiele brandstoffen zoals aardgas niet (op afzienbare termijn) in een cyclus wordt opgenomen, geven fossiele brandstoffen met hun CO2-uitstoot een netto toevoeging aan de atmosfeer.

Prof. Junginger,  Geosciences, Copernicus Institute of Sustainable Development, Energy & Resources en Biobased Economy van Universiteit Utrecht:

“Als de mens hout verbrandt om energie op te wekken, komt CO₂ ook vrij, maar dat was in de natuur dus ook gebeurd. Wij vermijden hierdoor echter emissie van fossiel CO₂. Daarom is het irrelevant dat er bij het verbranden per eenheid energie iets meer CO₂ vrijkomt dan bij bijvoorbeeld kolen: de emissie van kolen is een netto toevoeging van CO₂ aan de atmosfeer, CO₂ uit biomassa niet”.

We willen namelijk verdere klimaatverandering tegengaan en de temperatuurstijging op aarde met maximaal 1,5 graden beperken – zie ook het Klimaatakkoord van Parijs 2015. Om die reden zijn fossiele brandstoffen geen optie.

Hoe duurzaam is het gebruik van biogrondstoffen?

Regionale biowarmte is een duurzame warmtebron die op dit moment in Nederland beschikbaar is en voldoet aan de regels die de wetgever stelt aan warmtebedrijven. Daarnaast heeft de SER (Sociaal-Economische Raad) onlangs aangegeven dat het gebruik van regionale biogrondstof zoals wij dat doen, op dit moment de juiste – meeste duurzame – manier is om biogrondstoffen in te zetten voor de energietransitie. Hiermee onderscheiden we ons van de grote biomassacentrales die draaien op buitenlandse pellets, die veelvuldig in de media zijn.

Alle locaties die behoren bij Bio Energie De Vallei beschikken over het Better Biomass certificaat voor het gebruik van bio-grondstoffen ten behoeve van de productie van warmte, elektriciteit en stoom.
Bio-Energie De Vallei: Registratienummer QSC-21201102
Bio-Energie Ede Registratienummer QSC-21201103
Bio-Energie Ede Noord Registratienummer QSC-21201104

Hoe duurzaam is een duurzame energie installatie?

Hoogste rendement ter wereld

De bio-energie installaties in Ede bestaan grofweg voor de ene helft uit filters, en voor de andere helft uit warmte-terugwin-installaties. Dit laatste zorgt ervoor dat er geen warmte verspild wordt en dat het totale rendement van deze installaties tot de hoogste per wereld behoort. De filters in de fabriek zorgen ervoor dat de uitstoot binnen de strenge Nederlandse normen valt en dat er bijvoorbeeld geen roet vrijkomt.

Slim vraaggestuurd

Voor de piekvraag in de ochtend en avond dienen de buffervaten aan de voorzijde van de bio-energie installaties. Wanneer Edenaren in de ochtend en avond de verwarming aanzetten en willen douchen, bevatten deze vaten voldoende warm water om de piekvraag te kunnen opvangen. Het stookvermogen wordt in de zomer vanzelfsprekend aangepast op de verminderde warmtevraag vanui het slimme groene warmtenet in Ede. De ketels in de installatie functioneren onafhankelijk van elkaar en worden in zomer ten dele uitgezet. Dit laatste is uniek, het betreft een omgekeerde sturing door het slimme warmtenet, waarbij dus de vraag stuurt in plaats van een continu regulier aanbod. Deze efficientie maakt de warmtelevering nog duurzamer.