Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Hoogste rendement ter wereld

De bio-energie installaties in Ede bestaan grofweg voor de ene helft uit filters, en voor de andere helft uit warmte-terugwin-installaties. Dit laatste zorgt ervoor dat er geen warmte verspild wordt en dat het totale rendement van deze installaties tot de hoogste per wereld behoort. De filters in de fabriek zorgen ervoor dat de uitstoot binnen de strenge Nederlandse normen valt en dat er bijvoorbeeld geen roet vrijkomt.

Slim vraaggestuurd

Voor de piekvraag in de ochtend en avond dienen de buffervaten aan de voorzijde van de bio-energie installaties. Wanneer Edenaren in de ochtend en avond de verwarming aanzetten en willen douchen, bevatten deze vaten voldoende warm water om de piekvraag te kunnen opvangen. Het stookvermogen wordt in de zomer vanzelfsprekend aangepast op de verminderde warmtevraag vanui het slimme groene warmtenet in Ede. De ketels in de installatie functioneren onafhankelijk van elkaar en worden in zomer ten dele uitgezet. Dit laatste is uniek, het betreft een omgekeerde sturing door het slimme warmtenet, waarbij dus de vraag stuurt in plaats van een continu regulier aanbod. Deze efficientie maakt de warmtelevering nog duurzamer.

Ja, in de Nederlandse wet – en regelgeving zijn milieunormen opgenomen waar de duurzame energie installaties in Ede aan moeten voldoen, en aan voldoen. Hier leest u de meer over de uitstootcijfers in 2020.
Ja, de uitstoot van SO2, NOx en Stof van de Edese duurzame energie installaties wordt voor alle 6 ketelinstallaties jaarlijks gemeten. De Edese duurzame energie installaties scoren daarbij onder de strenge Nederlandse normen. Hier leest u de meer over de uitstootcijfers in 2020.

Dat blijk uit de metingen en meetrapportages van geaccrediteerd onafhankelijk meetbureau SGS Nederland. Deze meetrapporten worden verstuurd aan de Omgevingsdienst van de gemeente Ede (de OddV). Zij controleren of de uitstoot netjes binnen de normen valt. Als dit niet het geval is handhaaft de OddV.

In opdracht van gemeente Ede voert de Omgevingsdienst De Vallei (OddV) het toezicht uit op de duurzame -energie installaties. De installaties worden minimaal jaarlijks door de Oddv gecontroleerd. Een dergelijke controle kan bestaan uit meerdere bedrijfsbezoeken waarin bijvoorbeeld het onderhoud van de (filter)installaties en de opslagvoorzieningen worden beoordeeld, maar kan ook een administratieve controle inhouden. Bij een administratieve controle toetst de toezichthouder of de onderhouds- en keuringsrapporten van de installaties op orde zijn en of de keuringen volgens de regels zijn uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven.

Ook beoordeelt de Omgevingsdienst of de emissie-uitstoot van de installaties voldoet aan de wettelijke normen.

Naast bovenstaande jaarlijkse controles voeren toezichthouders van de Omgevingsdienst ook steekproefsgewijs controles uit naar de herkomst en de kwaliteit van de aangeleverde biogrondstoffen.

Tot slot kan het zijn dat aanvullende controles worden uitgevoerd wanneer er sprake is van meldingen of klachten uit de directe omgeving of wanneer er sprake is van ‘ongewone voorvallen’ zoals een storing in de installatie. In dergelijke gevallen is het bedrijf verplicht dat te melden bij de Omgevingsdienst die vervolgens beoordeelt of de mate van onderhoud en de genomen maatregelen van voldoende niveau zijn.

Formeel wordt ‘totaalstof’ gemeten; hieronder vallen alle grovere stofdeeltjes, fijnstofdeeltjes en ultrafijnstofdeeltjes. Er is een norm voor stof uit onze duurzame energie installaties. De installaties scoren (ruim) binnen deze wettelijke norm. Een aparte norm voor alleen fijnstof uit een bio-energie installatie is er niet. Wel is er de Europese richtlijn met grenswaarden voor de luchtkwaliteit.
De emissie-rapportages zoals onafhankelijk en geaccrediteerd onderzoeksbureau SGS Nederland deze naar aanleiding van hun metingen opstelt, zijn technisch van aard. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat zij door leken verkeerd geïnterpreteerd worden. De controle op deze rapportages is om deze reden taak van de experts binnen de omgevingsdienst van de gemeente Ede (de OddV). De SGS-rapportages concluderen dat de drie Edese duurzame energie installaties (ruim) binnen de Nederlandse emissienormen scoren. Hier leest u de meer over de uitstootcijfers in 2020.
Hier leest u de meer over de uitstootcijfers in 2020.

Algemeen geldt:

Witte pluim

Wat uit de schoorsteen komt is voor het grootste gedeelte waterdamp, afkomstig uit de houtsnippers die tot 50% water kunnen bevatten. Dit veroorzaakt de witte pluim, die in sommige weersomstandigheden duidelijker (bij koude) of donkerder (lichtval) kan lijken, maar bestaat uit water.

CO₂

Daarnaast komt er ook CO₂ vrij, afkomstig uit de houtsnippers. De uitstoot van CO₂ is gelijk aan de opname ervan, waardoor deze direct weer wordt opgenomen in de korte-koolstof-kringloop, hetgeen biogrondstoffen tot een CO₂-neutrale brandstof maakt.

Voor open haarden en kleine verbrandingsketels (thuisgebruik) zijn geen normen opgesteld in Nederland, maar voor installaties zoals bij Bio-Energie de Vallei, moet voldaan worden aan de Nederlandse emissie-eisen. Deze emissie-eisen behoren tot de strengste van de wereld. Er is door Bio-Energie de Vallei geïnvesteerd in filterinstallaties; hetgeen resulteert in een emissie die voornamelijk bestaat uit waterdamp en CO₂.

Stikstof

Een kleine emissie van NOx vindt eveneens plaats (net als bij aardgas), hiervoor gelden aanvullende eisen en zijn de benodigde maatregelen getroffen. De hoeveelheid uitgestoten stikstof wordt door een onafhankelijk geaccrediteerd meetbureau regelmatig gemeten, zoals wettelijk verplicht is. Hierop controleert de Omgevingdienst of we binnen de norm vallen. Hier vallen we (ruim) binnen.

Fijnstof

Door de aanwezige filters wordt de uitstoot van fijnstof dusdanig beperkt dat deze per verbrandingsunit gelijkstaat aan de uitstoot van ca. 3 reguliere woning-openhaarden bij gemiddeld jaarlijks gebruik. Een duurzame energie installatie bestaat elk uit 2 onafhankelijk functionerende verbrandingsunits; hetgeen dus gelijkstaat aan 6 openhaarden. Let wel; met één duurzame energie installatie worden dan niet slechts 6 woningen (i.g.v. een open haard) verwarmd, maar ca. 7000 woningen (rekeneenheid; woning-equivalenten) duurzaam en aardgasvrij verwarmd. ‘Stof’ (waarbinnen fijnstof valt) wordt ook gemeten in de wettelijk verplichte metingen; ook hier scoren de installaties in Ede (ruim) onder de norm.

Neem contact op met ons 24 uur per dag beschikbare servicenummer:

085 – 07 12 600

Wij vinden het belangrijk dat u wij uw melding altijd kunnen aannemen, dus u krijgt 24/7 een medewerker aan de lijn die uw melding of klacht aanneemt.

Op dat moment gaan wij na waar de oorzaak van uw melding of klacht ligt. Afhankelijk van de urgentie van uw klacht, nemen wij binnen of buiten kantooruren weer contact met u op. Dan informeren wij u nader over de oorzaak. Waar mogelijk bieden wij op dat moment ook de oplossing voor uw klacht of melding, of de mogelijke verdere opvolging daarvan.

Ook als u bezorgd bent, gaan wij graag met u in gesprek!

Nb. U kunt u klacht ook indienen via de Provincie, (https://milieuklacht.gelderland.nl/Melding/Doen). Uw klacht komt dan niet bij Warmtebedrijf Ede terecht en wij kunnen u dan niet een directe oplossingsrichting aanbieden.

Dus geef uw melding sowieso aan ons door op 085 – 07 12 600 of via klantenservice@warmtebedrijfede.nl

Voor incidenteel onderhoud wordt de ketelinstallatie enige tijd uitgezet. Bij het opnieuw in bedrijf nemen van een ketelinstallatie gaat de temperatuur van de vuurhaard naar ca. 900 graden toe. Bij deze hoge temperatuur verbranden de biogrondstoffen geheel, dus zonder bijkomende geur of rook. Dit noemen wij ook wel een volledige verbranding. Dit is de reguliere warmteproductie-situatie. Omwonenden merken niets van de installatie, los van mogelijke waterdamp, waarneembaar uit de schoorsteen.

Tijdens het incidenteel opnieuw opstarten zal de temperatuur in de ketel korte tijd lager zijn. Dat is het moment dat je de verbranding kunt waarnemen, door de geur en enige rook. Het ruikt dan als een woning-openhaard zoals je die kunt ruiken wanneer je buiten in een woonwijk loopt. Nabijgelegen woningen en bedrijven kunnen hiervan tijdelijk enige overlast ondervinden; dit duurt meestal niet langer dan een uur en is afhankelijk van weersomstandigheden. Gepland onderhoud wordt vooraf aangekondigd via www.warmtebedrijfede.nl/storing-en-werkzaamheden

Wij hebben onderzocht hoe nog meer emissiereductie in de duurzame energie installaties mogelijk zou zijn. Dit doen we in ons programma Schoner dan Fossiel, waarin de bio-energie installaties omgevormd worden naar hybride energie installaties. lees meer: www.bio-energiedevallei.nl/hybride-installaties

De provincie Gelderland en gemeente Ede maken het mogelijk te kunnen investeren in het zuiveren van de lucht. Op dit moment voldoen de installaties ruim aan alle huidige en toekomstig verwachte eisen / emissienormen, maar technisch is het mogelijk om meer te doen. Deze 'bovenwettelijke maatregelen' willen we graag uitvoeren om zo de luchtkwaliteit dermate te verbeteren dat we onze installaties gaan gebruiken om de lucht in Ede te zuiveren ten opzichte van de situatie van woningen op aardgas. Door aan te sluiten op het warmtenet zorgen klanten dan in feite voor een verbetering van de lokale luchtkwaliteit. Met deze investering willen we gaan behoren tot de absolute top van duurzaamste en schoonste installaties.  Lees meer: https://bio-energiedevallei.nl/2022/03/provinciale-steun-voor-verduurzaming-bio-energie-installaties-ede/

Ook nu, tot de volgende stap gezet is, blijven wij onder de wettelijke normen voor SO2, NOx en stof. Hierbij komt nog dat er buiten het stookseizoek om,  installaties uitgezet worden. Warmtebedrijf Ede produceert haar groene warmte namelijk vraaggericht. Als het buiten warmer wordt, is er (veel) minder warmtevraag. Om die reden worden onze installaties onafhankelijk van elkaar uitgezet, waarbij ze dan geen uitstoot veroorzaken.

Bij een vermoeden van geuroverlast door de Edese bio-energie installaties, meld uw klacht dan z.s.m. op 085 – 07 12 600 (24/7 bereikbaar).

Op het moment dat wij uw melding binnen krijgen wordt er in de bio-energie installaties nagegaan of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Tijdens de normale warmteproductie (>90% van de tijd) hoort u de installatie niet te ruiken omdat er dan volledige verbranding plaatsvindt. Tijdens kantoortijden krijgt u terugkoppeling op uw klacht.

Toelichting: Meer dan 90% van de tijd vindt er volledige en dus geurloze verbranding plaats. De ketelinstallaties zijn dan op een dusdanig hoge temperatuur, dat er geen geur vrijkomt; dit monitoren wij doorlopend. Op deze momenten kunnen de geurklachten niet afkomstig zijn van onze bio-energie installatie. Dan is een andere oorzaak de reden voor uw klachten.

In het incidentele geval dat de ketelinstallatie, bijvoorbeeld bij onderhoudswerkzaamheden, wordt uitgezet of opgestart, is het mogelijk dat u voor korte tijd een openhaardgeur waarneemt. Of u hiervan op dat moment als direct omwonende daadwerkelijk tijdelijke overlast ervaart, is afhankelijk van windrichting, windsterkte, (bijv. valwind) en de luchtvochtigheid.

Onder het kopje ‘Storing en werkzaamheden‘ op deze website leest u of er werkzaamheden zijn aan één van de Edese Installaties en of deze inderdaad wellicht uitgezet of opgestart wordt.

De filters, waaronder ook roetfilters, die in de schoorstenen van onze duurzame energie installaties zijn toegepast, zorgen ervoor dat er geen roetdeeltjes passeren.
In de eerste en tweede duurzame energie installatie in Ede staat een aardgasketel opgesteld. Omdat we vanuit onze warmteleveringsvergunning verplicht zijn continu warmte te kunnen leveren, was het opstellen van een back-up noodzakelijk.

Sinds eind 2019 zijn de drie installaties zijn door middel van het warmtenet aan elkaar verbonden. Mocht er een ketel uitvallen, dan kunnen de installaties elkaar nu duurzaam opvangen en is aardgas als back-up niet langer nodig; nu zijn we nog duurzamer!

o Heeft u vragen over het slimme groene warmtenet in Ede? Dan kunt u terecht op www.warmtebedrijfede.nl
Regionale biowarmte is een duurzame warmtebron die op dit moment in Nederland beschikbaar is en voldoet aan de regels die de wetgever stelt aan warmtebedrijven. Daarnaast heeft de SER (Sociaal-Economische Raad) onlangs aangegeven dat het gebruik van regionale biogrondstoffen zoals Bio-energie de Vallei dat doet, op dit moment de juiste – meeste duurzame – manier is om biogrondstoffen in te zetten voor de energietransitie. Hiermee onderscheiden we ons van de grote biomassacentrales die draaien op buitenlandse pellets, die veelvuldig in de media zijn. Alle locaties die behoren bij Bio Energie De Vallei beschikken over het Better Biomass certificaat voor het gebruik van bio-grondstoffen ten behoeve van de productie van warmte, elektriciteit en stoom.
De biogrondstoffen uit lokale en regionale snoei- en resthoutstromen die wij benutten in onze installaties heeft een vochtpercentage van max 50%. Deze biogrondstoffen kunnen we zonder extra (energie-kostende) droogbehandeling inzetten.

De Edese energie installaties zijn namelijk voorzien van vuurhaarden met traag bewegende schuine roosters. Hierop drogen de biogrondstoffen vlak voor verbranding. Dit zorgt ervoor dat keteltemperaturen dusdanig hoog blijven dat de verbranding volledig is, en daarmee geurloos en zonder rook.

Waterdamp uit de schoorsteen Het vrij hoge percentage vocht in de biogrondstoffen die onze installaties kunnen verwerken, verklaart de witte waterdamppluim uit de schoorsteen. (bij koude duidelijker zichtbaar en met tegenlicht optisch donkerder)

Meer dan 50% vocht Odanks controle vooraf kan het onverhoopt eens voorkomen dat er nattere biogrondstoffen (>50%) worden aangeleverd. De keteltemperatuur kan hierdoor tijdelijk dalen, waardoor er sprake kan zijn van enige rook- en geurontwikkeling. Onze systemen registreren dit, en er wordt dan zo snel mogelijk met droge grondstoffen opgemixt. Het filtersysteem dat de uitstoot filtert, is ook op dit soort momenten gewoon in werking. Doorgaans is de keteltemperatuur gauw weer op peil; voldoende hoog voor een reguliere, volledge verbranding. Volledige verbranding betekent automatische geurloze verbranding waarbij geen rook maar waterdamp vrijkomt.

Nee. En dit doet ook niet ter zake omdat de CO2 uit hernieuwbare bronnen zoals onze biogrondstoffen, direct in de korte koolstof-cyclus wordt opgenomen. Dit in tegenstelling tot CO2 uit fossiele brandstoffen die uit in een ‘cyclus’ van miljoenen jaren zijn opgebouwd.

Omdat de uitstoot van fossiele brandstoffen zoals aardgas niet (op afzienbare termijn) in een cyclus wordt opgenomen, geven fossiele brandstoffen met hun CO2-uitstoot een netto toevoeging aan de atmosfeer.

Prof. Junginger, Geosciences, Copernicus Institute of Sustainable Development, Energy & Resources en Biobased Economy van Universiteit Utrecht:

“Als de mens hout verbrandt om energie op te wekken, komt CO₂ ook vrij, maar dat was in de natuur dus ook gebeurd. Wij vermijden hierdoor echter emissie van fossiel CO₂. Daarom is het irrelevant dat er bij het verbranden per eenheid energie iets meer CO₂ vrijkomt dan bij bijvoorbeeld kolen: de emissie van kolen is een netto toevoeging van CO₂ aan de atmosfeer, CO₂ uit biomassa niet”.

We willen namelijk verdere klimaatverandering tegengaan en de temperatuurstijging op aarde met maximaal 1,5 graden beperken – zie ook het Klimaatakkoord van Parijs 2015. Om die reden zijn fossiele brandstoffen geen optie.

De provincie Gelderland en gemeente Ede maken het mogelijk te kunnen investeren in het zuiveren van de lucht. Op dit moment voldoen de installaties ruim aan alle huidige en toekomstig verwachte eisen / emissienormen, maar technisch is het mogelijk om meer te doen.

Deze 'bovenwettelijke maatregelen' willen we graag uitvoeren om zo de luchtkwaliteit dermate te verbeteren dat we onze installaties gaan gebruiken om de lucht in Ede te zuiveren ten opzichte van de situatie van woningen op aardgas. Door aan te sluiten op het warmtenet zorgen klanten dan in feite voor een verbetering van de lokale luchtkwaliteit.

We streven ernaar om hiermee te gaan behoren tot de absolute top van duurzaamste en schoonste installaties.

As wordt volgens wet- en regelgeving door een externe instantie opgehaald en verwerkt. De wet- en regelgeving staat niet toe dat de nutriënten terug in de bodem komen. Daarom wordt de as door betreffende instantie circulair verwerkt, bijvoorbeeld in asfalt.
Wij nemen geen biogrondstoffen in van particulieren. Daarvoor kunt u contact opnemen met uw gemeentelijke huisvuil-inzamelaar. Er zijn gemeenten waar dat gratis kan en bij andere gemeenten gelden tarieven voor inlevering. Inleveren van groen bij de ACV in Ede is gratis. Als u echter een beheerder bent van een terrein waar snoeiwerkzaamheden nodig zijn en u wilt uw terrein professioneel laten onderhouden, of uw heeft vanuit uw bedrijfsvoering een aanbod van biogrondstoffen, verwijzen wij u graag naar www.btenijeboer.nl. Deze organisatie is NTA8080 gecertificeerd voor de inkoop van biogrondstoffen.
Uitsluitend op uitnodiging: Stuur uw verzoek aan info@bio-energiedevallei.nl
Het antwoord wordt gegeven door het College van Burgemeester en Wethouders aan de Gemeenteraad in de Memo van 26 mei 2020:

De centrales beschikken elk over 2 stookinstallaties, met één schoorsteen per installatie (dus 2 schoorstenen per centrale). Daardoor gelden per installatie de uitstootnormen voor installaties van 5MW en minder. Tot nu toe zien wij geen mogelijkheid toepassing te geven aan artikel 3.7, lid 6, b Activiteitenbesluit 6. Op grond van dit artikel hebben wij, onder voorwaarden, de bevoegdheid te zeggen: “Ondanks dat er 2 schoorstenen zijn gaan wij voor de centrales aan zowel de Geerweg als die aan de Knuttelweg uit van één schoorsteen. Zorg er dus voor dat je voldoet aan de strengere uitstootnormen voor grotere installaties.”

Wij zien geen grond om gebruik te maken van de bevoegdheid om via een maatwerkvoorschrift te bepalen dat de gemeente uitgaat van 1 schoorsteen. De achtergrond van deze bevoegdheid is het tegengaan van het ongewenst uitrusten van centrales met meerdere kleinere ketels om op die manier onder de strengere emissie-eisen uit te komen. Dat is hier niet aan de orde.

De centrales aan de Geerweg en de Knuttelweg hebben elk twee stookketels om efficiënt te kunnen omgaan met een wisselende warmtevraag. Met één grote ketel zou dit niet goed mogelijk zijn, omdat zo’n ketel technisch niet kan draaien op maar een klein deel (<30%) van zijn totale vermogen. Ook nemen de emissies toe als maar een klein deel van het vermogen gebruikt wordt. De ketels aan de Geerweg en de Knuttelweg zijn ook maar een beperkte periode gelijktijdig in werking (ongeveer 30% van de tijd).

Hierom is er geen aanleiding en is het ook juridisch niet haalbaar om het zogenoemde 1-schoorsteenprincipe op te leggen.